Dat meerdere journalisten hetzelfde mechanisme aanwijzen, is geen toeval. Kop en foto zijn de meest zichtbare onderdelen en werken als ingang naar het frame. RTV Drenthe stelt dat de kop en foto vaak doorslaggevend zijn, Wijnsema zegt dat ze het meest opvallen, en De Groot merkt dat juist die zichtbare delen de indruk van het hele stuk sterk kleuren. Daarna volgt de volgorde van feiten: begin je met incidenten en reacties, dan voelt het onderwerp acuut en dreigend, begin je wel met achtergrond en statistiek, dan wordt het onderwerp eerder bestuurlijk of ecologisch geduid. Ook wie je wel of niet aan het woord laat is onderdeel van het frame. Een boer, een natuurbeschermer, een bewoner, een wetenschapper en een bestuurder dragen elk andere logica’s en belangen aan. Het selecteren en plaatsen van die invalshoeken bepaalt of het artikel voelt als conflict, als uitleg of als maatschappelijke zoektocht.
Context is de schakel die framing zichtbaar kan maken zonder te doen alsof framing verdwijnt. Wijnsema geeft een concreet voorbeeld van context die in haar ogen te vaak ontbreekt. Schade door wolven wordt zelden afgezet tegen andere faunaschade, terwijl zulke vergelijkingen relevant zijn voor proportie en beleid. Zij benoemt ook een tweede contextlaag die vaak onderbelicht blijft, in hoeveel gevallen stonden getroffen dieren achter een goedgekeurd wolfwerende raster. Dit type context verandert niet het feit van een aanval, maar het verandert wel de betekenis die lezers eraan geven. RTV Drenthe formuleert dezelfde rol in algemene termen: duiden, feiten checken, nepnieuws ontkrachten en uitleggen wat feiten zijn en wat meningen zijn, juist omdat in het wolven-dossier die grenzen snel vervagen.