Werkgroep Wolf

Photo © Anna Stelloo Photography
Framing wordt vaak opgevat als het bewust neerzetten van een negatief beeld. In de praktijk is framing echter veel fundamenteler. Het gaat over keuzes in invalshoek, woordgebruik en context, en die spelen in vrijwel elk journalistiek product een rol, ook wanneer neutraliteit wordt nagestreefd. In discussies over wolvenartikelen valt regelmatig te lezen dat een stuk pro of anti wolf zou zijn geschreven, dat de boer wordt geframed of juist de wolf. Die terugkerende kwalificaties roepen de vraag op wat framing in journalistieke zin daadwerkelijk betekent en waar de grens ligt tussen duiding en beeldvorming.
Tijdens het luisteren naar een podcast van de Universiteit van Nederland, ontstond het idee om dit thema toe te spitsen op de wolf en hierover vragen voor te leggen aan de media. Verschillende redacties zijn benaderd en hieruit ontving ik drie reacties: van Petra Wijnsema, die jarenlang over de wolf schreef voor RTV Drenthe, van Wendy Duursma namens de redactie van RTV Drenthe waarbij de eindredactie en de landbouwspecialist gezamenlijk antwoord gaven, en van Steven de Groot, verslaggever bij de Amersfoortse Courant. Ook zijn er uitspraken gebruikt die gedaan zijn in een aflevering over probleemwolf Bram van Medialogica Ontleedt.
Framing als onvermijdelijke bril  
Framing is geen geheim wapen dat alleen in nieuwsmedia bestaat, maar een basismechanisme van communicatie. Zodra iemand een gebeurtenis beschrijft, wordt er gekozen wat wel of niet wordt genoemd, in welke volgorde, met welke woorden, en met welk beeld. In de podcast van de Universiteit van Nederland wordt dat kernachtig uitgelegd: je kunt niet vertellen zonder te framen, omdat je altijd selecteert en ordent. Die selectie hoeft niet oneerlijk te zijn. Het betekent wel dat elk verhaal automatisch een perspectief draagt. Petra Wijnsema verwoordt dit door framing te zien als de bril die de journalist draagt. Dat is een nuttige metafoor, omdat het framing loskoppelt van een vermeende agenda en het terugbrengt naar iets dat in elke productie aanwezig is, ook bij journalisten die bewust streven naar neutraliteit.
Framing zit niet alleen in grote keuzes zoals onderwerpselectie, maar juist ook in kleine beslissingen die samen het eindbeeld vormen. De kop en foto bepalen vaak het eerste gevoel, nog voordat iemand de tekst heeft gelezen, en krijgen daardoor onevenredig veel gewicht. Daarna sturen volgorde en context het verhaal. Begin je met schade en angst, of met ecologie en beleid, dan ontstaat een andere opbouw en een ander verhaal. RTV Drenthe benoemt dit duidelijk: de kop en foto werken als eerste indruk, de opbouw en de gekozen sprekers zetten het frame verder vast. Daarmee is framing niet per definitie waar of onwaar, maar een manier van kijken die de interpretatie van feiten richting geeft.
De wolf als vergrootglas voor frames  
De wolf maakt framing duidelijk zichtbaar omdat het onderwerp direct raakt aan veiligheid, dierenwelzijn, eigendom, natuurbeeld en identiteitsvragen over het platteland en “de stad”. Daardoor bestaan er tegelijk tegengestelde publieksindrukken: voorstanders ervaren berichtgeving als anti-wolf, en tegenstanders ervaren dezelfde berichtgeving als pro-wolf. Dat is niet automatisch bewijs van objectiviteit, maar wel een aanwijzing dat verschillende publieksgroepen verschillende elementen uit het verhaal als dominant ervaren. Emoties voeren daarbij vaak de boventoon, zoals Petra Wijnsema het samenvat. Die emotionele lading vergroot de gevoeligheid voor woordkeuze, beeldselectie en context, en het verkleint de tolerantie voor nuance.
Voor journalisten levert dat een concrete werkrealiteit op. Wijnsema beschrijft dat zij bij artikelen over de wolf extra alert is op elk woord omdat zij de reacties op sociale media bij wijze van spreken al kan voorspellen zodra een term net iets minder neutraal klinkt binnen haar eigen frame. Steven de Groot van het AD noemt hetzelfde spanningsveld vanuit een ander perspectief: een kop moet feitelijk kloppen én uitnodigen om te lezen, terwijl de ervaringen van mensen op locatie vaak emotioneel zijn en die emotie ook nieuwswaarde heeft. Daarmee ontstaat een structureel dilemma: strikt feitelijk formuleren kan afstandelijk worden, maar emotie opnemen kan het frame dominanter maken dan de feitelijke inhoud.
De knoppen van framing: kop, beeld, volgorde en context  
Dat meerdere journalisten hetzelfde mechanisme aanwijzen, is geen toeval. Kop en foto zijn de meest zichtbare onderdelen en werken als ingang naar het frame. RTV Drenthe stelt dat de kop en foto vaak doorslaggevend zijn, Wijnsema zegt dat ze het meest opvallen, en De Groot merkt dat juist die zichtbare delen de indruk van het hele stuk sterk kleuren. Daarna volgt de volgorde van feiten: begin je met incidenten en reacties, dan voelt het onderwerp acuut en dreigend, begin je wel met achtergrond en statistiek, dan wordt het onderwerp eerder bestuurlijk of ecologisch geduid. Ook wie je wel of niet aan het woord laat is onderdeel van het frame. Een boer, een natuurbeschermer, een bewoner, een wetenschapper en een bestuurder dragen elk andere logica’s en belangen aan. Het selecteren en plaatsen van die invalshoeken bepaalt of het artikel voelt als conflict, als uitleg of als maatschappelijke zoektocht.
Context is de schakel die framing zichtbaar kan maken zonder te doen alsof framing verdwijnt. Wijnsema geeft een concreet voorbeeld van context die in haar ogen te vaak ontbreekt. Schade door wolven wordt zelden afgezet tegen andere faunaschade, terwijl zulke vergelijkingen relevant zijn voor proportie en beleid. Zij benoemt ook een tweede contextlaag die vaak onderbelicht blijft, in hoeveel gevallen stonden getroffen dieren achter een goedgekeurd wolfwerende raster. Dit type context verandert niet het feit van een aanval, maar het verandert wel de betekenis die lezers eraan geven. RTV Drenthe formuleert dezelfde rol in algemene termen: duiden, feiten checken, nepnieuws ontkrachten en uitleggen wat feiten zijn en wat meningen zijn, juist omdat in het wolven-dossier die grenzen snel vervagen.
Polarisatie, herhaling en false balance  
Framing en polarisatie zijn verwant, maar niet hetzelfde. Framing is de onvermijdelijke selectie en presentatie van informatie. Polarisatie gaat over het versterken van tegenstellingen tussen kampen, vaak door herhaling van bekende standpunten en het steeds opnieuw neerzetten van het onderwerp als strijd tussen twee polen. Wijnsema beschrijft dit als “olie op het vuur”, als je bij elk wolvenverhaal reflexmatig weer dezelfde voor en tegenreacties zoekt, reproduceer je het conflictframe, ook als het nieuwsfeit zelf daar niet om vraagt. Zij beschrijft dat zij in de loop van het dossier meer kiest voor het secundair melden van feiten en cijfers met noodzakelijke context, juist om niet steeds de bekende polen te herhalen en de middengroep ruimte te geven.
Daarbij bestaat nog een tweede valkuil: false balance, ook wel false equivalence. In de Universiteit van Nederland podcast wordt dit uitgelegd met een simpel voorbeeld: als je twee “kanten” presenteert alsof ze gelijkwaardig zijn terwijl er een duidelijke wetenschappelijke of feitelijke consensus is, wek je een misleidende indruk dat de waarheid in het midden ligt. In het wolvendossier kan dat optreden wanneer uitgesproken beweringen, aannames of geruchten een podium krijgen zonder dat er duidelijk wordt gemaakt wat bevestigd is, wat vermoed wordt en wat aantoonbaar onjuist is. RTV Drenthe benoemt dit als een kerntaak: feiten en meningen uit elkaar houden en ongefundeerde claims van scherpe vragen voorzien. Dat is geen partij kiezen, maar rangorde aanbrengen in betrouwbaarheid.
Nieuwslogica, aandachtseconomie en redactionele rem  
Naast inhoudelijke keuzes speelt ook een structurele factor mee: aandacht. In het Medialogica fragment over “probleemwolf Bram” wordt benoemd dat wolvennieuws kliks en inkomsten kan opleveren en dat die prikkel een voortdurende verleiding geeft om elk nieuwtje te brengen, zeker op snelle nieuwssites. Hoofdredacteur Lindsey Mossink van NU.nl beschrijft dat een periode met veel incidenten een cumulatief effect had: door het steeds meenemen kan angst ontstaan alsof de kans op een wolvenbeet veel groter is dan in werkelijkheid. De oplossing die wordt genoemd is geen abstracte oproep tot nuance, maar een harde redactionele selectie. Journalist Job van der Plicht van NU.nl legt uit dat bepaalde categorieën wolvennieuws niet meer standaard gebracht worden, tenzij er sprake is van uitzonderlijke ernst, als een wolf een mens aanvalt of bijt, of als een wolf een hond dood bijt. Dit is een expliciet voorbeeld van framing door onderwerpselectie, maar dan bewust ingezet om een opgeblazen risicoperceptie te dempen.
Die redactionele rem laat zien dat “meer berichtgeving” niet automatisch “betere informatie” oplevert. Frequentie zonder proportionaliteit kan een incidentframe permanent maken, waardoor het publiek de werkelijkheid als een reeks dreigingen ervaart. Tegelijk is de omgekeerde reactie, zwijgen, ook niet neutraal: het kan het idee wekken dat media dingen verzwijgen of bagatelliseren. De journalistieke uitdaging ligt dus in een middenpositie die niet gaat over “twee kampen tevreden houden”, maar over het continu bewaken van verhouding: wat is nieuw, wat is relevant, wat is uitzonderlijk, wat is structureel, en welke context is nodig om het nieuwsfeit niet groter of kleiner te maken dan het is.
Vertrouwen, alternatieve kanalen en controleerbaarheid  
De podcast van Universiteit van Nederland plaatst framing in een bredere vertrouwenscontext. Dalend vertrouwen in traditionele nieuwszenders leidt ertoe dat vooral jongeren nieuws zoeken bij bronnen met een ander perspectief, vaak op sociale media. Daar zitten kanalen tussen die niet gebonden zijn aan journalistieke codes en die nieuws herverpakken vanuit een expliciet standpunt. Tim Groot Kormelink benadrukt dat dit niet per definitie “slecht” is, omdat het ook kan voorzien in behoeften die traditionele media laten liggen, bijvoorbeeld het tonen van ervaringen achter het nieuws. Tegelijk is het risico op misinformatie groter als onduidelijk is wie de afzender is en hoe controle plaatsvindt. Het belangrijkste criterium verschuift dan van “welk kamp spreekt mij aan” naar “hoe controleerbaar is deze bron, en hoe transparant is men over keuzes”.
De drie ontvangen reacties geven samen een werkbare richting voor een evenwichtiger debat, zonder te doen alsof het debat “oplosbaar” is met één juiste frame. De gemene deler is transparantie en context: uitleggen waarom iets nieuws is, welke keuzes gemaakt zijn, welke feiten vaststaan, en wat nog onzeker is. Daar hoort ook een publiekspraktijk bij: bronnen vergelijken, oorspronkelijke berichten opzoeken, en frames herkennen door teksten naast elkaar te leggen. Niet om elk verhaal weg te wantrouwen, maar om te begrijpen hoe een verhaal is opgebouwd. Framing verdwijnt simpelweg niet. Maar het kan wel zichtbaar, controleerbaar en proportioneel worden gemaakt, en dat is de kern van journalistiek die in een gepolariseerd onderwerp toch informatief wil blijven.